Voetzorg voor personeel vergoeden — wat mag er fiscaal?
Hetzelfde bedrag kan drie kanten op: een vrijgestelde arbovoorziening, een uitgave uit de vrije ruimte, of gewoon belast loon. Het verschil zit niet in de factuur — het zit in het waarom.
Stel: u stelt € 500 per medewerker per jaar beschikbaar voor voetgezondheid. Fiscaal kan datzelfde bedrag in drie verschillende situaties terechtkomen.
Het kan een gericht vrijgestelde arbovoorziening zijn — onbelast, en zonder dat het uw vrije ruimte opeet. Het kan uit de werkkostenregeling komen. Of het telt gewoon als loon, met loonheffing en al.
Wat het wordt, hangt niet af van wat er op de factuur staat. Het hangt af van waarom u het betaalt.
Begin bij het arbeidsrisico, niet bij de vergoeding
De gedachtegang “gezond personeel is goed voor het bedrijf, dus dit valt onder arbo” klinkt logisch. Fiscaal werkt het strenger.
De Belastingdienst kijkt of de voorziening direct samenhangt met uw verplichtingen uit de Arbowet. Dat betekent: is dit een maatregel tegen een risico dat het werk veroorzaakt of vergroot — of gaat het om algemene gezondheid en comfort?
De Kennisgroep van de Belastingdienst is daar expliciet over: de gerichte vrijstelling geldt niet voor voorzieningen die alleen de algemene gezondheid bevorderen. Een gezond doel is dus niet automatisch een fiscale arbovrijstelling.
De drie vragen die u moet kunnen beantwoorden
Wilt u de arboroute gebruiken, dan moet u dit alle drie met ja kunnen beantwoorden:
- Is er een concreet veiligheids- of gezondheidsrisico dat met het werk samenhangt?
- Is de gekozen voorziening passend en redelijk binnen de Arbowet en de professionele aanpak van dat risico?
- Draagt u de kosten volledig, zonder een deel bij de medewerker neer te leggen?
Dat laatste punt is scherper dan het lijkt. Het Handboek Loonheffingen zegt het kort: verplichte arbovoorzieningen zijn gericht vrijgesteld, en u brengt géén kosten ten laste van de werknemer. Een eigen bijdrage vragen zet de hele constructie op losse schroeven.
Wanneer dit voor voetzorg kan werken
Denk aan functies waarin mensen structureel veel staan of lopen, verplicht belastende veiligheidsschoenen dragen, of door hun werk een aantoonbaar verhoogd risico op klachten aan voet of bewegingsapparaat hebben.
Komt dat risico uit uw RI&E en uit de arbobeoordeling naar voren, dan kan gerichte beoordeling of behandeling onderdeel worden van een passende maatregel.
De onderbouwing wordt sterker naarmate de keten logischer is:
arbeidsrisico → beoordeling door bedrijfsarts of arbodienst → gerichte maatregel → volledige betaling door de werkgever → goede vastlegging
De woorden “preventief” of “duurzame inzetbaarheid” op een factuur zijn geen onderbouwing.
Wat juist géén sterke constructie is
- Iedere medewerker krijgt automatisch een jaarlijks budget voor een voetcheck
- De medewerker kiest zelf welke gezondheidsdienst hij daarvan afneemt
- De regeling heet “arbo” zonder dat een concreet arbeidsrisico is onderbouwd
- U vergoedt een vast maximumbedrag terwijl de medewerker het meerdere zelf bijlegt
Over dat eerste punt is de Belastingdienst in 2026 nog specifieker geworden: per concrete voorziening moet worden beoordeeld of aan de voorwaarden is voldaan. Een arbobudget op zichzelf maakt een uitgave niet vrijgesteld.
De route die vaak over het hoofd wordt gezien
U bent verplicht uw medewerkers periodiek de gelegenheid te bieden voor een arbeidsgezondheidskundig onderzoek dat gericht is op de gezondheidsrisico’s van hun werk — het PAGO. De Belastingdienst beschouwt dat als een verplichte arbovoorziening.
Voor organisaties met veel staand of lopend werk is dat interessant. Laat uw RI&E een specifiek risico zien, dan kan de bedrijfsarts beoordelen of onderzoek naar de belasting van het bewegingsapparaat daar onderdeel van hoort te zijn.
De grens is wel duidelijk: een commerciële check voor iedereen wordt geen PAGO door hem zo te noemen. Het onderzoek moet werkelijk gericht zijn op risico’s die uit het werk voortkomen.
Past de arbovrijstelling niet? Dan de werkkostenregeling
Algemene preventieve voetzorg kan nog steeds een waardevolle arbeidsvoorwaarde zijn — alleen loopt de fiscale route dan meestal via de werkkostenregeling. U wijst het voordeel aan als eindheffingsloon en brengt het ten laste van de vrije ruimte.
De vrije ruimte in 2026:
- 2,00% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom
- 1,18% over het deel daarboven
- 80% eindheffing over wat de vrije ruimte overschrijdt
Bij een loonsom van € 1.000.000 is de vrije ruimte dus € 15.080: € 8.000 over de eerste vier ton, plus € 7.080 over de resterende zes ton.
| Route | Voor de medewerker | Voor u |
|---|---|---|
| Gerichte arbovrijstelling | Onbelast | Geen beslag op de vrije ruimte |
| Werkkostenregeling | Onbelast | Gebruikt uw vrije ruimte |
| Geen van beide | Belast loon | Reguliere loonheffingen |
Praktisch: een algemene voetcheck van € 100 voor honderd medewerkers kost € 10.000. Dat kan prima binnen de werkkostenregeling passen — maar het concurreert dan met de kerstpakketten, de fietsregeling en al het andere dat u heeft aangewezen.
Btw is een aparte beoordeling
Loonbelasting en btw lopen niet gelijk op. Een voorziening kan voor de loonheffingen een arbovrijstelling zijn, terwijl de btw op de factuur volgens eigen regels wordt behandeld.
Persoonlijke gezondheidskundige verzorging kan onder voorwaarden vrijgesteld zijn van btw. Dat hangt af van het doel van de behandeling en van de beroepskwalificatie van de zorgverlener. Staat er terecht geen btw op de factuur, dan valt er voor u ook niets af te trekken.
Wat dit betekent voor uw besluit
De praktische volgorde is dus omgekeerd aan hoe het meestal gaat. Niet: “we willen dit vergoeden, hoe krijgen we het onbelast?” Maar: “welk risico van ons werk pakken we hiermee aan, en kunnen we dat laten zien?”
Kunt u dat, dan is de fiscale route meestal ook de gunstigste. Kunt u dat niet, dan is de werkkostenregeling een prima en eerlijke oplossing — alleen kost hij dan wel vrije ruimte.
Wij leveren voor deelnemende bedrijven de onderbouwing die bij die eerste route hoort: welke belasting er per functie speelt, wat er per deelnemer beoordeeld is, en wat er uit de vervolgmeting kwam. Wat dat programma inhoudt staat bij de aanpak en wat het kost.
Bronnen
- Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026 — gerichte vrijstellingen en arbovoorzieningen.
- Kennisgroep Belastingdienst, standpunt over arbobudget, 23 juli 2026.
- Belastingdienst, werkkostenregeling: percentages vrije ruimte 2026.
- Arbeidsomstandighedenwet, artikel 18 (arbeidsgezondheidskundig onderzoek).
- Belastingdienst, btw-vrijstelling gezondheidskundige verzorging van de mens.
Deze tekst is algemene voorlichting en geen fiscaal advies. De behandeling van uw eigen situatie hangt af van de feiten en de uitvoering; stem die af met uw accountant of belastingadviseur. Stand van zaken: 14 augustus 2026.
Verder lezen
Langdurig staand werk — wat helpt er echt?
Matten, schoenen, oefeningen, pauzes: er is genoeg te koop tegen de belasting van staand werk. Maar wat is er eigenlijk onderzocht, en hoe hard is dat bewijs? Een overzicht per maatregel, inclusief wat níét blijkt te werken.
Lezen →Staand en lopend werk: wat moet u als werkgever regelen?
Veel werkgevers zoeken naar een urenlimiet voor staand werk. Die bestaat niet. Wat er wél is, is een zorgplicht die verder gaat dan een getal — en waar een inspecteur concreet naar kan vragen.
Lezen →