Is uw ziekteverzuim echt te hoog?
Een verzuim van 5,8 procent — is dat veel? Dat weet u nog niet. Een horecabedrijf, een zorginstelling en een magazijn hebben ieder een andere normale bandbreedte, en uw omvang maakt het verschil nog groter.
“Ons verzuim is 5,8 procent.” Dat getal komt bijna altijd als eerste op tafel. En bijna altijd volgt de verkeerde vervolgvraag: is dat boven of onder het landelijk gemiddelde?
Die vergelijking klopt zelden. Het landelijke cijfer bundelt IT-bedrijven, bouwbedrijven en verpleeghuizen in één getal. Uw sector zit daar per definitie naast. En uw bedrijfsgrootte verandert het beeld nog een tweede keer.
Hieronder staat hoe u het wél doet, met de definitieve cijfers over 2025.
De drie lagen van een eerlijke vergelijking
1. Uw eigen trend. Kijk naar een volledig jaar of een voortschrijdend twaalfmaandscijfer. Vergelijkt u kwartalen, zet een kwartaal dan naast hetzelfde kwartaal een jaar eerder — verzuim kent seizoenen.
2. Uw bedrijfstak. Niet het landelijk gemiddelde, maar de tak waar u feitelijk in valt.
3. Uw bedrijfsgrootte. Apart, náást de sectorvergelijking. Nooit met elkaar vermenigvuldigd.
De cijfers per bedrijfstak
Definitief over 2025, uit de officiële verzuimtabel van het CBS. Wij hebben ze rechtstreeks bij de bron opgehaald, niet overgenomen uit een tussenbron.
| Bedrijfstak | Verzuim 2025 |
|---|---|
| Nederland totaal | 5,4% |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 3,3% |
| Horeca | 3,2% |
| Specialistische zakelijke diensten | 3,5% |
| Informatie en communicatie | 3,9% |
| Cultuur, sport en recreatie | 4,3% |
| Bouwnijverheid | 4,8% |
| Handel | 4,9% |
| Detailhandel | 5,0% |
| Onderwijs | 5,7% |
| Industrie | 6,2% |
| Vervoer en opslag | 6,4% |
| Openbaar bestuur | 6,4% |
| Waterbedrijven en afvalbeheer | 6,8% |
| Schoonmaakbedrijven | 7,1% |
| Gezondheids- en welzijnszorg | 7,5% |
| Verpleging en zorg met overnachting | 8,8% |
Kijk wat dat doet met een oordeel. Een transportbedrijf met 6,0 procent zit boven het landelijk gemiddelde van 5,4 — maar onder de 6,4 procent van zijn eigen sector. Wie alleen met Nederland vergelijkt, trekt hier de verkeerde conclusie en gaat een probleem oplossen dat er niet is.
Bedrijfsgrootte verschuift alles nog een keer
| Omvang | Verzuim 2025 |
|---|---|
| 1 tot 10 werkzame personen | 2,6% |
| 10 tot 100 werkzame personen | 4,7% |
| 100 of meer werkzame personen | 6,3% |
Hetzelfde percentage betekent dus iets totaal anders per bedrijf. Vijf procent verzuim is bij een klein bedrijf ruim boven gemiddeld, en bij een grote organisatie juist eronder.
Eén waarschuwing: het CBS publiceert bedrijfstak en bedrijfsgrootte als losse categorieën. Er bestaat geen openbaar cijfer voor “industrie én veertig medewerkers”. Tel of vermenigvuldig die twee dus niet — dan maakt u een getal dat nergens vandaan komt.
Eén percentage vertelt niet welk probleem u heeft
Het verzuimpercentage zegt hoeveel capaciteit u kwijt bent. Het zegt niets over hóe u die kwijtraakt. Daarvoor zijn drie cijfers nodig:
| Cijfer | Beantwoordt | Berekening |
|---|---|---|
| Verzuimpercentage | Hoeveel capaciteit valt uit? | verzuimde dagen ÷ beschikbare dagen × 100% |
| Meldingsfrequentie | Hoe vaak melden mensen zich ziek? | aantal gevallen ÷ aantal medewerkers, per jaar |
| Verzuimduur | Hoe lang duren de gevallen? | van eerste tot en met laatste verzuimdag |
Neem twee bedrijven met honderd medewerkers en allebei vijf procent verzuim. Het ene heeft veel korte ziekmeldingen: hoge frequentie, korte duur. Het andere heeft twee mensen die een half jaar thuiszitten: lage frequentie, lange duur.
Zelfde percentage, twee volstrekt verschillende problemen — en twee volstrekt verschillende oplossingen. Bij het eerste kijkt u naar werkdruk, roosters en verzuimdrempel. Bij het tweede naar re-integratie en naar wat die twee mensen precies mankeert.
Waar u voorzichtig moet zijn
Het bewegingsapparaat is een grote post, maar geen rekenfactor. Landelijk hangt bijna een kwart van de werkgerelateerde verzuimdagen samen met klachten aan het bewegingsapparaat. Dat is een cijfer op landelijk niveau, over werkgerelateerd verzuim. U mag het niet loslaten op uw eigen verzuimdagen en concluderen dat een kwart van uw uitval daardoor komt. Dat staat niet in de bron.
Een verschil met de benchmark is een signaal, geen diagnose. Zit u boven uw sector, dan weet u dat er iets te onderzoeken valt. U weet niet wát, en zeker niet dat het vermijdbaar is.
Houd één rekenmethode aan. Het CBS staat zowel werkdagen als kalenderdagen toe. Welke u kiest maakt minder uit dan dát u er steeds dezelfde gebruikt — anders vergelijkt u uw eigen bedrijf met zichzelf op twee manieren.
De minimale set voor uw eigen overzicht
Wilt u dit één keer goed inrichten, dan heeft u dit nodig:
- Verzuimpercentage over een voortschrijdend jaar
- Meldingsfrequentie
- Gemiddelde verzuimduur van afgesloten gevallen
- De sectorbenchmark van uw eigen bedrijfstak
- De groottebenchmark van uw eigen categorie
- Een uitsplitsing per afdeling of functiegroep, mits de groepen groot genoeg zijn om niet herleidbaar te worden
Die laatste is de interessantste. Verzuim is bijna nooit gelijk verdeeld over een organisatie. Waar het zich ophoopt, zit meestal iets dat met het werk zelf te maken heeft.
Waar wij naar kijken
Bij bedrijven met veel staand en lopend werk kijken wij naar die laatste uitsplitsing: zit uitval scheef verdeeld over functies waarin mensen de hele dienst op de been zijn? Dat is geen bewijs van een oorzaak — het is een reden om die groep eens goed te bekijken.
Wat wij daarna doen, staat in de aanpak. Wat er bekend is over maatregelen tegen de belasting van staand werk, en wat níét blijkt te werken, leest u in Langdurig staand werk — wat helpt er echt?
Bronnen
- CBS StatLine, tabel 80072NED — Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken (SBI 2008) en bedrijfsgrootte. Jaarcijfers 2025 (definitief), opgehaald op 14 augustus 2026.
- CBS, begrippen ziekteverzuimpercentage, meldingsfrequentie en verzuimduur.
- CBS/TNO, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.
Verder lezen
Langdurig staand werk — wat helpt er echt?
Matten, schoenen, oefeningen, pauzes: er is genoeg te koop tegen de belasting van staand werk. Maar wat is er eigenlijk onderzocht, en hoe hard is dat bewijs? Een overzicht per maatregel, inclusief wat níét blijkt te werken.
Lezen →Staand en lopend werk: wat moet u als werkgever regelen?
Veel werkgevers zoeken naar een urenlimiet voor staand werk. Die bestaat niet. Wat er wél is, is een zorgplicht die verder gaat dan een getal — en waar een inspecteur concreet naar kan vragen.
Lezen →