Staand werk in cijfers — wat ze wél en niet zeggen
37 procent doet fysiek belastend werk. 29 procent heeft klachten aan benen of voeten. Miljarden aan loondoorbetaling. De cijfers zijn er, maar ze zeggen iets anders dan waar ze meestal voor gebruikt worden.
Wie iets wil verkopen op het gebied van voetgezondheid heeft een aantrekkelijk arsenaal aan cijfers tot zijn beschikking. Ze zijn allemaal echt. Ze komen uit goede bronnen. En ze worden vrijwel altijd net iets sterker gepresenteerd dan de bron toelaat.
Dit stuk zet op een rij wat er werkelijk staat — inclusief waar wij zelf niet verder kunnen gaan dan “we weten het niet”.
Wat er wél vaststaat
Fysieke belasting is een groot arbeidsvraagstuk in Nederland. In 2025 deed 37 procent van de werknemers fysiek belastend werk. In sommige sectoren ligt dat fors hoger: 57 procent in de landbouw, 53 procent in de horeca, 51,5 procent in vervoer.
Klachten aan het onderlichaam komen veel voor. 29,1 procent van de werknemers rapporteerde in 2025 langdurige of terugkerende pijn of ongemak in de categorie heupen, benen, knieën of voeten.
Het bewegingsapparaat weegt zwaar in het verzuim. Bijna een kwart van de werkgerelateerde verzuimdagen hangt samen met klachten aan het bewegingsapparaat.
Dat zijn drie stevige cijfers. En nu de nuance die er meestal afvalt.
Wat die cijfers níét zeggen
“29 procent heeft voetklachten” staat er niet. Dat cijfer bundelt vier lichaamsregio’s: heupen, benen, knieën én voeten. Wie er voetklachten van maakt, zegt aanzienlijk meer dan de bron toelaat.
Er bestaat geen actueel Nederlands cijfer dat betrouwbaar aangeeft hoeveel werknemers werkgerelateerde voetklachten hebben. Niet omdat niemand ernaar gekeken heeft, maar omdat het zo niet gemeten wordt.
Het cijfer over fysieke belasting zegt niets over staan. Het meet fysieke belasting breed — tillen, kracht zetten, ongemakkelijke houdingen, herhaalde bewegingen. Hoeveel van iemands werkdag staand is, staat er niet in.
En het miljardenbedrag is niet voetspecifiek. De geschatte loondoorbetaling bij werkgerelateerd verzuim door klachten aan het bewegingsapparaat is groot, maar dat is de hele categorie: rug, nek, schouder, arm, been, voet.
Wat het onderzoek zegt over lang staan
De sterkste beschikbare aanwijzing komt uit een systematische review met 49 studies en ruim 88.000 deelnemers. Daaruit kwam dat meer dan vier uur beroepsmatig staan per werkdag samenhangt met een hogere kans op lage rugklachten.
Twee kanttekeningen staan in diezelfde publicatie:
- Voor klachten aan de onderste ledematen waren de studies te verschillend om één gezamenlijke uitkomst te berekenen.
- 45 van de 49 studies waren dwarsdoorsnedeonderzoeken — momentopnames. Die laten samenhang zien, geen oorzaak en gevolg.
Er is dus geen universele veilige tijdsgrens. Verschillende onderzoeken hanteren verschillende definities van “langdurig staan”, met verschillende doelen. Voor u is de bruikbare vraag daarom niet alleen hoeveel uur, maar: hoe lang achter elkaar, hoeveel afwisseling zit erin, en welke belasting speelt er tegelijk?
Meten laat zien, meten voorspelt niet
Een drukmeting onder de voet kan objectief zichtbaar maken hoe de belasting verdeeld is, en hoe die verschilt tussen zitten, staan en lopen. Dat is bruikbare informatie: het beschrijft belasting die anders onzichtbaar blijft.
Maar een drukpatroon is geen diagnose. In een klinische studie bij 72 patiënten bleek de overeenkomst tussen drukmetingen en klinisch bepaalde piekbelasting voor meerdere aandoeningen laag. De conclusie van die studie is niet dat meten zinloos is — het is dat drukdata in samenhang met klachten en een klinische beoordeling geïnterpreteerd moeten worden.
Concreet: een afwijkend of asymmetrisch patroon bewijst niet dat iemand later klachten krijgt of uitvalt. Het is informatie om op door te vragen, geen voorspelling.
En werkt ingrijpen dan?
Hier is het bewijs het dunst, en dat is precies het deel dat meestal wordt overgeslagen.
Een gerandomiseerd onderzoek bij honderd productiemedewerkers vond dat een combinatie van individueel afgestemde voetvoorzieningen en oefeningen minder ongemak gaf in onderrug, bovenbeen en knie dan de andere onderzoeksgroepen. Maar: het vond géén bewijs voor minder verzuim, en het speelde zich af in één fabriek bij één specifieke populatie.
Een tweede onderzoek bij 34 werknemers met voetpijn rapporteerde na drie weken minder pijn en minder zware benen. Maar dat onderzoek had geen controlegroep, en dan kan de verandering niet betrouwbaar aan de interventie worden toegeschreven.
Een systematische review naar dempende materialen vond matige bewijskracht voor minder ongemak en vermoeidheid — met studies die sterk verschilden in opzet.
Waarom wij dit opschrijven
Omdat het alternatief slechter is.
Wij zouden kunnen zeggen dat 29 procent van de werknemers voetklachten heeft en dat wij het verzuim verlagen. Beide zinnen zouden op een bron lijken te rusten. Beide zouden onjuist zijn.
De eerlijke stand van zaken is deze: fysieke belasting is aantoonbaar een groot probleem, de rol van de voet daarin is aannemelijk maar niet in Nederlandse cijfers vastgelegd, en of gericht ingrijpen verzuim vermindert is nog onvoldoende onderzocht.
Dat is minder verkoopbaar. Het is wel waar.
Wat dat betekent voor uw beslissing
U kunt niet wachten tot het bewijs compleet is — dat is het bij vrijwel geen enkele preventieve maatregel. Wat u wél kunt doen:
- Vraag door bij elk cijfer dat een leverancier u voorlegt. Waar komt het vandaan, wat meet het precies, en gaat het over uw sector?
- Accepteer geen effectbelofte die niet met eigen meetgegevens onderbouwd is.
- Meet zelf. Een nulmeting en een vervolgmeting bij uw eigen mensen zeggen meer over uw organisatie dan elk landelijk gemiddelde.
- Kijk naar de volgorde. Persoonsgebonden maatregelen komen na technische en organisatorische — zo staat het ook in de arbowetgeving.
Dat laatste is precies de reden dat wij meten vóór en opnieuw tijdens het traject. Niet om te bewijzen dat wij werken, maar zodat u het in uw eigen organisatie kunt zien. Wat daaruit komt, rapporteren wij — ook als het tegenvalt.
Wat er per maatregel bekend is, staat in Langdurig staand werk: wat helpt er echt? Hoe u uw eigen verzuim eerlijk vergelijkt, leest u in Is uw ziekteverzuim echt te hoog?
Bronnen
- CBS/TNO, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 — Resultaten in vogelvlucht (2026).
- Coenen P e.a., Associations of occupational standing with musculoskeletal symptoms: a systematic review with meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, 2018.
- Differentiating Sitting, Standing, and Walking Through Regional Plantar Pressure Characteristics (2020).
- The Diagnostic Value of Pedobarography (2014).
- Mousavi S e.a., gerandomiseerd onderzoek bij productiemedewerkers. Human Factors and Ergonomics in Manufacturing, 2019.
- Speed G, Harris K, Keegel T, The effect of cushioning materials on musculoskeletal discomfort and fatigue during prolonged standing at work: a systematic review. Applied Ergonomics, 2018.
- Arboportaal (Ministerie van SZW), Staand werk.
Verder lezen
Langdurig staand werk — wat helpt er echt?
Matten, schoenen, oefeningen, pauzes: er is genoeg te koop tegen de belasting van staand werk. Maar wat is er eigenlijk onderzocht, en hoe hard is dat bewijs? Een overzicht per maatregel, inclusief wat níét blijkt te werken.
Lezen →Staand en lopend werk: wat moet u als werkgever regelen?
Veel werkgevers zoeken naar een urenlimiet voor staand werk. Die bestaat niet. Wat er wél is, is een zorgplicht die verder gaat dan een getal — en waar een inspecteur concreet naar kan vragen.
Lezen →